Verbruikscategorieën aardgas
Onderstaande Europese categorieën beschrijven verschillende situaties bij huishoudelijke aardgasverbruikers. Het aardgasverbruik van een doorsnee gezin bedraagt gemiddeld 2.326 kWh (koken + warm water). Als aardgas naast koken en water ook voor de verwarming wordt gebruikt, stijgt het verbruik naar een gemiddelde van 17.000 kWh.
| | Type verbruiker | Jaarverbruik |
|---|
| Koken en warm water | Kleine verbruiker | 2.326 kWh jaarverbruik aardgasmeter |
| Relatief kleine verbruiker | 4.652 kWh jaarverbruik aardgasmeter |
| Verwarming en ander gebruik | Doorsnee verbruik van een gezin | 17.000 kWh jaarverbruik aardgasmeter |
| Grote verbruiker | 34.890 kWh jaarverbruik aardgasmeter |
Energie besparen
Er bestaan veel verschillende manieren om te besparen op energie en om uw energieverbruik terug te dringen. Dat gaat van heel kleine ingrepen en kleine veranderingen in uw dagelijkse gewoonten (de verwarming één graadje lager draaien en een warme trui aantrekken, uw televisietoestel helemaal uitschakelen,…) tot het vervangen van enkel glas of het plaatsen van zonnepanelen of een warmtepomp.
Met de energiewinstcalculator die het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA
) ontwikkelde, kan u precies nagaan welke besparing elke maatregel oplevert. De website van het VEKA geeft ook een overzicht van de premies en subsidies waar u mogelijk recht op heeft om het kostenplaatje van energiebesparende ingrepen te drukken.
Milieugevolgen van uw verbruik
Sinds de wetswijziging van 17 augustus 2019 van Artikel 7.4.1 in het Energiedecreet is de VREG bevoegd om informatie beschikbaar te stellen over de milieugevolgen van de elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen, ten minste voor wat betreft CO2-emissies en radioactief afval.
De VREG koos ervoor om de emissiewaarden die jaarlijks door AIB (= Association of Issuing Bodies) berekend worden in het kader van de Belgische Residuele Mix berekening als standaard te gebruiken. AIB is een internationale organisatie die een gestandaardiseerd systeem heeft opgezet voor het toekennen van garanties van oorsprong, waar de VREG ook lid van is. Voor geleverde elektriciteit waarvan de herkomst niet gestaafd werd met garanties van oorsprong wordt de herkomst bepaald door de Residuele Mix van AIB. In deze Residuele Mix berekening geeft AIB ook weer wat de gevolgen zijn voor het milieu van het gebruik van deze niet-hernieuwbare energiebronnen.
Voor 2024 waren deze emissiewaarden het volgende:
| Energiebron | CO2-emissies (gCO2/kWh) | Radioactief afval (mg/kWh) |
|---|
| Hernieuwbare energiebronnen | 0 | 0 |
| Nucleaire centrales | 0 | 2,7 |
| Fossiele brandstoffen | 473,00 | 0 |
Voorbeeld:
Als uw elektriciteitscontract voor 20% uit hernieuwbare elektriciteitsbronnen, voor 30% uit fossiele brandstoffen en voor 50% uit nucleaire energie afkomstig is en uw verbruik in 2023 was 3.100 kWh, dan zag uw uitstoot er in 2023 als volgt uit:
CO2-emissie:
Aandeel fossiele brandstoffen = 3.100 kWh * 0,30 = 930 kWh
CO2-uitstoot per kWh = 473,00 gCO2/kWh
Totale uitstoot: 930 kWh * 473,00 gCO2/ kWh = 439,890 g CO2
Radioactief afval:
Aandeel nucleaire energiebronnen = 3.100 kWh * 0,5 = 1.550 kWh
Radio-actief afval per kWh = 2,7 mg/KWh
Totale uitstoot: 1.550 kWh * 2,7 mg/KWh = 4.185 mg radioactief afval