Analyse van de elektriciteits- en gasprijzen voor Vlaamse gezinnen in 2025
RAPP-2026-07: Prijzenrapport 2025
Gemiddelde factuur stijgt
In 2025 betaalde een doorsnee Vlaams gezin gemiddeld 1.298 euro voor elektriciteit en 1.476 euro voor gas.
Dat is een stijging met 13,5% voor elektriciteit en 2,6% voor gas ten opzichte van 2024. Gezinnen met het sociaal tarief of die klant zijn bij Fluvius als sociale leverancier zijn daarin niet meegeteld.
Ongeveer 1 op 4 gezinnen had een vast contract in 2025. Zij betaalden gemiddeld 131 euro meer voor elektriciteit en 179 euro meer voor gas dan die met een variabel contract.
De prijsverschillen tussen de verschillende contracttypes zijn kleiner dan in 2024. Dat komt vooral doordat minder en minder gezinnen een duur vast contract uit de energiecrisis van 2022 hadden.
Dynamische contracten blijven het goedkoopst
Een dynamisch contract was in 2025 nog altijd het goedkoopst, hoewel het verschil ten opzichte van vaste en variabele contracten afnam. Een gezin met een dynamisch contract betaalde gemiddeld 1.203 euro voor elektriciteit. Dat is
- 62 euro minder dan met een variabel contract;
- 193 euro minder dan met een vast contract.
Door hun verbruik af te stemmen op de uurprijzen van zo’n contract, kunnen gezinnen meer besparen. Die besparingsmogelijkheden namen toe in 2025:
- het aantal uren met negatieve prijzen steeg in 2025 verder tot 520 (of 6% van alle uren);
- het gemiddeld verschil tussen de hoogste en laagste uurprijs per dag was 110 € (18% meer dan in 2024).
Voor consumenten die hun verbruik actief opvolgen of openstaan voor slimme aansturing met een energiemanagementsysteem loont het zeker de moeite om ook het dynamisch contractaanbod te bekijken.
Grote prijsverschillen tussen leveranciers en contracten
Eind 2025 hadden Vlaamse gezinnen samen 2000 verschillende contracten voor elektriciteit en 1421 voor gas. Sommige van die contracten hebben dezelfde naam, maar hebben een andere prijs of prijsformule. Leveranciers passen hun aanbod maandelijks aan. Daardoor kunnen de prijzen of prijsformules in het contractaanbod elke maand veranderen. Elk contract heeft een eigen tariefkaart, daarin vind je hoe de prijs in je contract berekend wordt.
Het aantal verschillende contracten en de bijhorende prijs loopt sterk uiteen tussen leveranciers. Sommige leveranciers hebben een uitgebreid aantal lopende contracten, bij andere is dat beperkt. Dat wordt bepaald door het aantal verschillende aangeboden contracten, en hoe vaak de prijzen en prijsformules worden gewijzigd.
We berekenden de gemiddelde prijs per leverancier. Dat deden we door de prijs van elk contract te vermenigvuldigen met het percentage klanten dat dat contract heeft bij die leverancier. Zo houden we rekening met de grootte van de groep klanten per contract.
Het verschil in gemiddelde prijs tussen leveranciers in 2025 liep op tot
- 191 euro voor variabele elektriciteitscontracten en 151 euro voor vaste contracten.
- 327 euro voor variabele gascontracten en 204 euro voor vaste contracten.
Achter de gemiddelde prijzen schuilen bij enkele leveranciers een aantal zeer dure contracten. Meestal zijn dat contracten die werden afgesloten vóór 2024. Het aantal gezinnen met die duurste contracten is eerder beperkt.
Duurste en goedkoopste contracten
Over het algemeen zijn de prijsverschillen tussen contracten kleiner dan in 2024. Het aantal afnemers met een energiecontract uit het duurdere marktsegment nam toe, terwijl het aantal afnemers met een contract uit het goedkoopste marktsegment daalde:
- 1 op 15 gezinnen had eind 2025 één van de 10% duurste elektriciteitscontracten. Zij betaalden gemiddeld 353 euro meer dan die met de 10% goedkoopste contracten.
- 1 op 13 gezinnen had eind 2025 één van de 10% duurste gascontracten. Zij betaalden gemiddeld 731 euro meer dan die met de 10% goedkoopste contracten.
Het valt op dat kleinere leveranciers vaak de goedkopere contracten aanbieden. Prijsverschillen kunnen te maken hebben met een andere dienstverlening of bepaalde contractvoorwaarden (bv. online communicatie, betaling via domiciliëring, beperktere beschikbaarheid van informatie in de klantenzone). Daar kunnen klanten bewust voor kiezen.
Zonnepanelen: inzetten op zelfverbruik, maar opletten bij teruglevering
Een doorsnee Vlaams gezin met zonnepanelen bespaarde in 2025 gemiddeld 469 euro door gebruik van eigen zonnestroom en ontving gemiddeld over vaste en variabele contracten heen 107 euro voor zijn geïnjecteerde stroom op het net. Wie actief inzet op zelfverbruik, doet meer voordeel.
Eind 2025 hadden zonnepaneeleigenaars samen 1357 verschillende terugleveringscontracten. 9 op 10 prosumenten hadden in 2025 een variabel terugleveringscontract en kregen dus een variabele terugleververgoeding. Negatieve terugleververgoedingen kwamen in 2025 vaker voor dan in 2024. Bij negatieve terugleververgoedingen betalen zonnepaneeleigenaars voor de stroom die ze op het net injecteren.
- Bij 84 variabele contracten betaalden gezinnen voor hun teruglevering in minstens één maand in 2025. Het aantal klanten die hiermee te maken krijgen is significant gestegen ten opzichte van 2024.
- Bij 15 van die contracten was de prijsformule zo nadelig dat een doorsnee gezin met zonnepanelen over heel 2025 moest betalen voor zijn geïnjecteerde stroom.
- In 2025 betaalden (naar schatting) bijna 29.000 prosumenten minstens één maand voor hun teruglevering. Dat is een pak meer dan in 2024, maar het gaat nog altijd om een klein deel van alle prosumenten met een digitale meter.
Zonnepaneeleigenaars met een dynamisch terugleveringscontract betalen enkel voor injectie in de uren met een negatieve prijs. Door hun verbruik aan te passen doorheen de dag, kunnen ze de impact beperken.
Bij een variabel contract is dat anders. Levert de prijsformule een negatieve terugleververgoeding op? Dan geldt die voor de volledige injectie in die maand of dat kwartaal. Consumenten betalen dan de hele maand of het hele kwartaal voor hun injectie.