Wanbetaling bij de leveranciers
Betaalt een gezin de energiefactuur niet? Dan moet de leverancier eerst een vaste procedure doorlopen vooraleer hij het energiecontract met het gezin kan opzeggen. Die vaste procedure noemt men ook een 'sociale openbaredienstverplichting'.
Als een klant een betaling mist, moet de leverancier eerst een eerste betalingsherinnering en daarna een ingebrekestelling sturen. In die betalingsherinnering of ingebrekestelling vindt de klant alle informatie over wat hij kan doen om de schuld te betalen en wat de gevolgen kunnen zijn als betaling uit zou blijven.
In overleg met de leverancier kan een afbetalingsplan worden afgesloten als de afnemer de schulden niet meteen kan aflossen. Mits toestemming van de klant kan de leverancier hierover contact opnemen met een OCMW of erkende instelling voor schuldbemiddeling.
Leveranciers kunnen een professioneel schuldinvorderingsbureau aanstellen om uitstaande schulden bij (ex-)klanten te innen. Zo’n professioneel invorderingsbureau moet een erkenning hebben van de FOD Economie om schulden minnelijk in te vorderen.
Kan geen afbetalingsplan worden afgesloten of leeft de klant het afbetalingsplan niet na, dan kan de leverancier het contract opzeggen. In dat geval bedraagt de opzegtermijn 45 kalenderdagen.
Beschermde afnemers
Bepaalde klanten van commerciële leveranciers hebben recht op de sociale maximumprijs (of het 'sociaal tarief') voor elektriciteit en/of aardgas. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de afnemer een bepaalde uitkering of ondersteuning krijgen. Wie recht heeft op deze prijs is een ‘beschermde afnemer’.
De sociale maximumprijs is lager dan de gemiddelde marktprijzen en wordt per kwartaal vastgelegd door de federale regulator CREG . De sociale maximumprijs is identiek in gans België, ongeacht de energieleverancier of de netbeheerder. Elke leverancier moet deze prijs automatisch aanrekenen aan de klant die er recht op heeft.